| Verdunde kracht |
|
|
|
| Geschreven door Redactie |
| zaterdag, 24 april 2010 21:56 |
|
Gebruikt u wel eens een homeopathisch geneesmiddel? De kans is groot, want miljoenen Nederlanders doen dat. Volgens het cbs is de kans dat u alleen al in de afgelopen twee weken een homeopathisch middel gebruikte meer dan 4 procent. Maar wat is dat nou eigenlijk, homeopathie?Homeopathie werd eind achttiende eeuw ontwikkeld door de Duitse arts Samuel Hahnemann, die zijn dokterspraktijk sloot omdat hij genoeg had van de schade die dokters in zijn tijd aan patiënten toebrachten. In plaats daarvan ging hij medische werken vertalen en schrijven. En soms probeerde hij daarbij iets uit op zichzelf. Zo las hij over de schors van de cinchona, een Peruaanse boom, die zou helpen bij malaria. Toen Hahnemann, die geen malaria had, dit medicijn (met als bestanddeel kinine) aan zichzelf toediende, kreeg hij klachten die hem juist sterk deden denken aan die van malaria. Uiteraard kreeg hij niet echt malaria, want daar komt een parasiet aan te pas, weten we nu. Hahnemann concludeerde echter: als je een ziekte wilt genezen, moet je een 'medicijn' toedienen dat diezelfde ziekte juist uitlokt bij een gezond iemand. De homeopathie (homoios = gelijksoortig, pathos = lijden of ziekte) was geboren. Eén troost: homeopathische middelen zijn gegarandeerd veilig. Het werkzame stofje zit er tenslotte nauwelijks meer in en de rest van het middel wordt door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen gekeurd. Dat accepteert geen bijwerkingen, want het gaat uit van 'een positieve balans tussen werkzaamheid en veiligheid'. Dus al baat het dan niet: het schaadt ook niet, behalve dan in de portemonnee. Maar pas op! Kruidenmiddelen, vaak door dezelfde producenten op de markt gebracht, worden vaak ook voor homeopathisch aangezien. Maar deze middelen kunnen wel degelijk werkzame stoffen bevatten. Daarmee is de kans groter dat de kwaal verholpen wordt, maar de kans op bijwerkingen stijgt eveneens. Echt homeopathische middelen zijn te herkennen aan aanduidingen als C20 of D6, waarmee de graad van verdunning aangegeven wordt.
|



